Crucifix (Jezus-kruis)

Specificaties

Prijs:  1,25

Datum gewijzigd: 17 maart 2026

Merk/Fabrikant/Vervaardiger: ,

Kenmerken: Hard kruis, gemaakt van cement, gekleurd in goud- of houtkleur.

Bouwjaar: tot circa 1985

Asbestsoort & massa percentage: Chrysotiel 10 - 15% en Crocidoliet 2 - 5%

Hechtgebondenheid: Hechtgebonden

In de eerste helft van de 20e eeuw produceerden sommige fabrikanten van vezelcement, waaronder Eternit en het Nederlandse bedrijf ELO, niet alleen bouwmaterialen maar ook religieuze objecten. Daaronder vielen crucifixen voor kerken, kapellen en kloosters, gemaakt van asbestcement. Vaak werden die geschonken om in de gunst te komen en daardoor bijvoorbeeld asbesthoudende leien voor de daken te verkopen. De meeste Crucifixen zijn unica. De Asbestmusea hebben zes verschillende kruizen in het bezit.

Waarom juist vezelcement voor crucifixen werd gebruikt

Vezelcement (destijds meestal cement versterkt met asbestvezels) had eigenschappen die voor religieuze objecten aantrekkelijk waren:

  • duurzaam en weerbestendig;
  • relatief “brandveilig”;
  • relatief goedkoop te produceren;
  • geschikt voor detailvormen in mallen;
  • marketing.

Hierdoor konden crucifixen relatief eenvoudig worden gemaakt en buiten worden geplaatst, bijvoorbeeld op kerkhoven, in kloostertuinen of aan gevels van en in religieuze gebouwen.

Hoe deze crucifixen eruitzagen

De eerste en oudste exemplaren waren uniek. Later werden ze ook seriematig gegoten of geperst in mallen. Daardoor kregen ze vaak een vrij herkenbare stijl:

  • een kruis van vezelcement;
  • een Christusfiguur met vrij klassieke katholieke iconografie;
  • soms geschilderd of gepatineerd om steen of brons na te bootsen.

Ze kwamen voor in verschillende maten:

  • kleine wandkruisen voor kloosters of scholen;
  • middelgrote kruisen voor kapellen;
  • grotere kruisen voor buitenopstelling.

Verspreiding in katholieke gebieden

Dit soort crucifixen werd vooral verspreid in regio’s met een sterke katholieke traditie, zoals delen van:

  • Nederland (Noord-Brabant en Limburg);
  • België;
  • Duitsland.

In kloosters, internaten en kerkhoven waren ze populair omdat ze geen onderhoud vergden en bestand waren tegen weer en vorst.

Waarom deze productie later verdween

Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw werd duidelijk dat asbestvezels ernstige gezondheidsrisico’s konden veroorzaken. Daardoor werden asbesthoudende producten geleidelijk verboden en verdwenen ook deze religieuze objecten uit de productie.

Veel van de bestaande crucifixen staan nog steeds op hun oorspronkelijke plaats, omdat het materiaal hechtgebonden asbestcement is: de vezels zitten stevig vast in het cement. Zolang het object intact blijft, komen er doorgaans geen vezels vrij. Bij beschadiging of restauratie moet men echter wel voorzichtig zijn.

Cultureel interessant detail

De productie van religieuze objecten door industriële bouwmaterialenbedrijven laat zien hoe sterk de katholieke infrastructuur in delen van Europa was. Dezelfde fabrieken die dakplaten en gevelpanelen maakten, leverden ook beelden, kruisen en grafmonumenten van hetzelfde materiaal.

foto’s: Harry Vonk

Analysecertificaat